Basis en duurvermogen
Rustige loopkilometers, lange sessies en blokken op vermoeide benen bouwen het vermogen om urenlang te blijven bewegen zonder iedere training zwaar te maken.
Persoonlijk trainingsdossier · Nice 100M
De race loopt door de Franse Alpen, maar mijn voorbereiding speelt zich vooral af in Hilversum. Ik combineer rustige kilometers met herhalingen op Anna’s Berg, krachttraining, de Technogym Climb Excite en Skillrun, voedings- en materiaaltests en bewust herstel. Niet om de Alpen na te bouwen, maar om de problemen van 165 kilometer, 8.900 meter klimmen en ruim 10.000 meter dalen één voor één kleiner te maken.
Mijn aanpak in het kort
Mijn basis blijft veel rustig lopen en consequent herstellen. Daarbovenop train ik precies wat de Nice 100M extra zwaar maakt: lang klimmen, technisch en gecontroleerd afdalen, urenlang stevig blijven wandelen, blijven eten, omgaan met nacht en warmte en goede keuzes maken wanneer vermoeidheid oploopt.
Rustige loopkilometers, lange sessies en blokken op vermoeide benen bouwen het vermogen om urenlang te blijven bewegen zonder iedere training zwaar te maken.
Anna’s Berg, krachttraining, de Technogym Climb Excite en Skillrun geven mijn benen herhaalbare belasting voor lange klimmen en ruim 10.000 meter dalen.
Lange trainingen zijn ook repetities voor koolhydraten, drinken, racevest, kleding en lampen. Zware blokken tellen pas als het herstel erna klopt.
Mijn trainingskaart
De Nice 100M is te groot om als één trainingstaak te zien. Daarom hak ik hem op in onderdelen. Elk blok hieronder laat zien wat er mis kan gaan, wat ik daarvoor train en hoe dat er in mijn gewone week uitziet.
Risico: Nice heeft meer dan 10.000 meter dalen. Als ik in de eerste helft te veel remschade maak, betaal ik dat later dubbel terug.
Wat ik train: gecontroleerde afdalingen, box step-downs, Bulgarian split-squat holds, eenbenige stabiliteit, krachttraining en heuvelrondes waarbij ik niet alleen omhoog werk, maar vooral technisch blijf wanneer ik moe word.
Hoe dat er bij mij uitziet: rondje na rondje op Anna’s Berg in Hilversum, soms bijna absurd herhalend. Niet omdat Anna’s Berg de Alpen is, maar omdat dezelfde helling mij dwingt om ritme, controle en vermoeidheid te herkennen.
Waarom: ik wil in de laatste afdalingen nog kunnen sturen. Niet alleen vooruit vallen.
Risico: Nederland maakt je niet vanzelf klaar voor uren klimmen en dalen. Mijn hart en longen kunnen goed zijn terwijl mijn benen nog niet raceklaar zijn.
Wat ik train: Technogym Climb Excite (stairmaster), Technogym Skillrun (treadmill), powerhikes, krachttraining, trapwerk en lange blokken waarin lopen en hiken elkaar afwisselen.
Hoe dat er bij mij uitziet: soms is mijn bergtraining gewoon een avond in SportCity: eerst kracht, daarna de Technogym Climb Excite. Niet glamoureus, wel specifiek genoeg om mijn chassis sterker te maken.
Waarom: ik kan de Alpen niet kopiëren, maar ik kan wel de vermoeidheid nabouwen die mijn benen in de Alpen gaan voelen.
Risico: bij 100 mijl is voeding geen detail. Als mijn maag stopt, wordt mijn tempo bijzaak.
Wat ik train: 80–90 gram koolhydraten per uur, verschillende smaken en vormen, drinken onder vermoeidheid en eten terwijl ik blijf bewegen.
Hoe dat er bij mij uitziet: lange sessies zijn niet alleen looptraining. Het zijn ook repetities voor bidons, gels, repen, zout, water en het moment waarop ik geen zin meer heb maar toch moet blijven eten.
Waarom: op racedag wil ik niet nadenken over voeding alsof het een experiment is. Het moet saai geoefend gedrag zijn.
Risico: vermoeidheid maakt je kleiner. Je zakt in, je voetplaatsing wordt slordiger en op technisch terrein wordt elke fout duurder.
Wat ik train: cadans, voetplaatsing, rompcontrole, eenbenige stabiliteit, rustige afdalingen en wandelen zonder in te klappen.
Hoe dat er bij mij uitziet: korte stabiliteitsoefeningen thuis, box step-downs, krachttraining en tijdens rustige runs letten op hoe mijn benen landen wanneer ik al vermoeid ben.
Waarom: snelheid is alleen nuttig als ik controle houd. Nice vraagt geen bravoure, maar herhaalbare techniek.
Risico: Côte d’Azur klinkt warm, maar de race begint in de bergen. In één etmaal kan ik warmte, kou, nacht, wind, zweten en afkoelen allemaal tegenkomen.
Wat ik train: lampgebruik, kledingkeuzes, racevest met water, materiaalchecklists, koelen, warm blijven en beslissingen nemen wanneer ik moe ben.
Hoe dat er bij mij uitziet: spullen klaarleggen alsof het racedag is, soms lopen met een gevuld racevest terwijl dat in Nederland overdreven voelt, en routevideo’s bekijken om alvast te weten waar de moeilijke stukken komen.
Waarom: vermoeidheid maakt simpele keuzes moeilijk. Dus wil ik zoveel mogelijk keuzes vooraf al geoefend hebben.
Risico: 165 kilometer is te groot om in één keer vast te houden. Als ik dat probeer, wordt het verlammend.
Wat ik train: segmentdenken, checkpoints bestuderen, racevideo’s kijken, mentale cues per fase en scenario’s voor momenten waarop het slecht gaat.
Hoe dat er bij mij uitziet: ik kijk video’s niet alleen voor motivatie. Ik pauzeer, kijk naar paden, posten, rugzakken, lampen, loopstijl en hoe mensen eruitzien wanneer ze echt moe zijn.
Waarom: op 25 september wil ik niet denken: nog 100 mijl. Ik wil denken: wat is de volgende juiste actie tot de volgende post?
Laatste trainingsblok · 11–12 juli 2026
Een tweedaags trainingsblok op Anna’s Berg, met zaterdag twee uur klimmen met een rugzak van 9 kilo en zondag opnieuw heuvelwerk op vermoeide benen. De combinatie van 30,6 kilometer, ruim 2.200 hoogtemeters en gecontroleerd afdalen gaf vertrouwen: een sterk gevoel, stabiele techniek en geen pijn.
De eerste twee uur klom ik met 9 kilo extra gewicht. Voor de afdalingen ging de rugzak af, zodat de extra belasting uit het klimmen kwam en ik bergaf technisch en gecontroleerd kon blijven bewegen.
Een tweede heuvelsessie met racevest maakte het blok specifiek voor Nice. Niet één grote training, maar opnieuw moeten klimmen en dalen terwijl de belasting van de dag ervoor nog in de benen zat.
De lokale belasting op bilspieren, bovenbenen en pezen was hoger dan de lage gemiddelde hartslag deed vermoeden. Daarom volgden 48–72 uur herstel. Ook lag de koolhydraatinname zaterdag met ongeveer 43 gram per uur nog onder mijn doel: in volgende specifieke sessies bouw ik verder richting 70–90 gram per uur.
30,6 km · 5:06 · 2.221 m+
De echte insteek
Op papier is de Nice 100M een bergultra van Auron naar Nice. In mijn agenda is het iets anders: trainen rond gezinsleven, werk, school, boodschappen, vermoeidheid en de vraag hoe ik mijn voorbereiding serieus neem zonder dat alles thuis om mijn race hoeft te draaien.
Daarom noem ik sommige trainingen mijn ninja-sessies. Vroeg eruit, lopen of trainen terwijl het huis nog slaapt, terug zijn voordat de dag echt begint. Niet omdat dat heroïsch is, maar omdat het praktisch is. Een 100-mijlsrace voorbereiden lukt alleen als de mensen om je heen niet elke week de rekening betalen.
De bergen kan ik hier niet kopiëren. Wat ik wel kan doen: de race opdelen in problemen. Afdalen. Remmen met vermoeide bovenbenen. Eten als je geen trek meer hebt. Blijven wandelen zonder in te zakken. Niet te hard starten omdat anderen langs je vliegen. En telkens opnieuw oefenen totdat het minder spannend wordt.
Soms betekent dat een lange duurloop. Soms een sessie op de Technogym Climb Excite bij SportCity. Soms tientallen korte herhalingen op Anna’s Berg in Hilversum. Soms juist een rustdag op kantoor, omdat herstel ook training is. Deze pagina laat zien hoe die puzzel eruitziet.
Wie dit schrijft
Ik woon in Hilversum, tussen prachtige heidevelden en bossen maar zonder echte bergen. Ik loop al sinds mijn studententijd in Amsterdam, naast veldhockey, en ben vanaf 2016 steeds meer gaan hardlopen.
In 2019 hoorde ik van een goede vriendin in Genève over de trails die zij liep. Daarna was het hek van de dam. In 2021 schreef ik me in voor de Matterhorn Ultraks Mountain race. Dat was mijn eerste hardloopwedstrijd. De laatste meters liep ik in Zermatt samen met mijn kinderen over de finish. Sindsdien heb ik de afstand en hoogtemeters bijna elk jaar uitgebouwd.
Een goede voorbereiding is noodzakelijk voor een lange wedstrijd. Ik besteed veel tijd aan die voorbereiding en deel de lessen graag met anderen die een bergultratrail voorbereiden of willen begrijpen wat ik doe om mij voor te bereiden.
Mijn schoonouders leven met dementie. In 2025 liep ik de Monte Rosa Trail voor Alzheimer Nederland en haalden we samen een prachtig bedrag op. Alles wat we in 2026 ophalen is opnieuw waardevol, daarom doe ik dit met veel motivatie weer.
Ik ben geen coach. Ik ben wel enthousiast over hardlopen, trails en data. Ik deel graag mijn eigen voorbereiding, ook als die soms rommelig is omdat ik fulltime werk, drie kinderen heb en mijn voorbereiding thuis ook houdbaar moet blijven.
Hoe dat er echt uitziet
Anna’s Berg in Hilversum is geen Alpenpas. Het is een kleine Nederlandse helling die ik vaak genoeg heb herhaald om hem bijna irritant goed te kennen. Juist daarom is hij nuttig. Ik hoef niet na te denken over de route; ik kan letten op ademhaling, voetplaatsing, bovenbenen, afdalen, eten en wat er gebeurt als de herhaling saai wordt.
Voor Nice is dat belangrijk. De race wordt niet alleen zwaar door spectaculaire momenten, maar ook door het eindeloos blijven uitvoeren van simpele dingen wanneer je moe bent.
Een groot deel van mijn training moet om het gezin heen passen. Daarom train ik soms vroeg, voordat de dag van de rest van het huis echt begonnen is. Schoenen aan, lampje mee als het moet, training doen, terug naar huis en daarna gewoon ontbijt, school, werk en de rest van de dag.
Dat klinkt misschien minder romantisch dan trainen in de bergen, maar voor mij is dit juist de kern: een enorme race voorbereiden zonder dat mijn hele omgeving voortdurend moet meebewegen.
Donderdag is mijn vaste rustdag. In vakantieblokken plan ik bovendien bewust volledige familie- en reisdagen zonder hersteljog. Niet omdat bewegen verkeerd is, maar omdat herstel alleen werkt als het ook thuis rust geeft. Soms is de beste training dus kantoor, wandelen met het gezin, normaal eten, op tijd naar bed en geen extra sessie verzinnen omdat de cijfers er goed uitzien.
Dat is moeilijker dan het klinkt. Een ultra voorbereiden vraagt niet alleen discipline om te trainen, maar ook discipline om te stoppen.
Lessen van eerdere lopers
Ik heb de ervaringen van eerdere Nice 100M-lopers niet één-op-één op de site gezet. Dat zou te veel ruis geven en sommige verhalen zijn persoonlijk gedeeld. Maar de patronen zijn te belangrijk om te negeren.
De rode draad is duidelijk: Nice vraagt niet alleen conditie, maar vooral sterke benen, slimme laagjes, een getest voedingsplan en de discipline om de tweede helft niet met kapotte bovenbenen in te gaan.
Meerdere lopers noemen het parcours technischer en ruiger dan verwacht, met veel singletrack en lange steile afdalingen. Daarom train ik niet alleen om hard omhoog te komen, maar vooral om laat in de race nog controle te houden in het dalen.
De lange klimmen vragen soms om hoge opstappen en langdurig krachtwerk. Daarom blijven box step-ups, stairmaster, powerhikes en single-leg krachtwerk een vast onderdeel van mijn voorbereiding.
De race kan starten richting kou, sneeuw, wind en ijs, maar later richting Nice warm worden. De les is niet simpelweg “meer kleding aan”, maar: droog blijven, niet oververhitten in de klim en warme lagen pas gebruiken wanneer de kou echt komt.
Soep, bouillon en cola kunnen helpen, maar eerdere ervaringen laten ook zien dat verzorgingsposten niet altijd het echte eten bieden waar je op hoopt. Mijn eigen voeding en maagtraining blijven dus de basis.
Kleine materiaalkeuzes kunnen na tientallen kilometers groot worden. Daarom test ik laagjes, broeken, sokken, rugzak, zout, drinken en alles wat langdurig tegen mijn huid of maag werkt.
De race kan beginnen in winterse omstandigheden en eindigen aan de Middellandse Zee. Dat contrast maakt Nice mooi, maar ook verraderlijk. Mijn voorbereiding moet dus breed genoeg zijn voor beide werelden.
Periodized nutrition
Voor Nice wil ik niet alleen mijn benen trainen, maar ook mijn maag en mijn beslissingen rond eten. Daarin ben ik beïnvloed door het werk van Asker Jeukendrup rond gut training en voedingsaanpassing bij duursport.
Op kantoor-, rust- en hersteldagen hoeft voeding niet op racedagvoeding te lijken. Dan draait het vooral om normaal eten, voldoende eiwit, herstel ondersteunen en niet onnodig extra’s stapelen omdat er toevallig een zware trainingsweek aankomt.
In lange trainingen oefen ik bewust met drinken, gels, repen, zout en timing. Niet alleen als energie-inname, maar als vaardigheid: bidon pakken, blijven eten als ik geen zin heb, en testen wat mijn maag accepteert wanneer de inspanning lang duurt.
Richting racesimulaties bouw ik de koolhydraatinname op naar de hoeveelheden die ik tijdens Nice wil kunnen verdragen. In de praktijk betekent dat oefenen met ongeveer 80–90 gram koolhydraten per uur tijdens relevante sessies, met verschillende smaken en vormen zodat het op racedag geen experiment meer is.
Het doel is niet een indrukwekkend voedingsplan op papier. Het doel is dat eten en drinken op 25 september saai geoefend gedrag is: vroeg beginnen, blijven herhalen, kleine problemen herkennen en niet pas reageren wanneer de tank leeg is.
Jeukendrup beschrijft dat het maag-darmstelsel bij langdurige inspanning een grote rol speelt in het leveren van koolhydraten en vocht, dat GI-problemen veel voorkomen bij duursporters, en dat nutritional training maaglediging en opname kan verbeteren en GI-klachten waarschijnlijk kan verminderen. Dat is precies waarom voeding voor mij een trainingsonderdeel is, geen racedagdagdetail.
Gewicht zonder obsessie
Bij een race met duizenden meters dalen telt totale massa: iedere kilo moet telkens opnieuw worden afgeremd. Tegelijk kost agressief afvallen herstel, glycogeen en kracht. Mijn doel is daarom niet het laagste getal, maar een lichaam dat lichter, sterk en volledig gevoed aan de start staat.
Vergeleken met mijn voorbereiding op Verbier in 2023 is mijn huidige trend iets lichter, met volgens dezelfde thuisweegschaal een lager geschat vetpercentage en ongeveer een gelijk geschat spieraandeel. Ik publiceer bewust geen dagelijkse targets: de richting is relevanter dan de dagkoers.
Vocht, zout, koolhydraten, darminhoud en creatine kunnen gewicht en lichaamssamenstelling van dag tot dag zichtbaar veranderen. Daarom kijk ik naar trends over meerdere weken en naar trainingskwaliteit, niet naar één losse meting.
Als herstel, slaap, kracht, humeur of trainingskwaliteit achteruitgaan, is het tekort te groot. Dan wordt “lichter” juist duurder voor Nice.
De laatste dagen voor Nice draait het niet om verder afvallen, maar om glycogeen, vocht en maag-darmrust. Ik wil sterk en stabiel starten, niet uitgedroogd een mooi cijfer op de weegschaal zien.
Race Study Room
Ik kijk de video’s niet om mezelf op te pompen. Ik kijk ze omdat een GPX-bestand niet laat zien hoe een pad voelt. In video’s zie ik waar lopers vertragen, hoe smal paden zijn, hoe technische afdalingen eruitzien, hoe posten werken, welke kleding mensen dragen en hoe iemand beweegt wanneer de vermoeidheid zichtbaar wordt.
Soms kijk ik een stuk meerdere keren terug. Niet omdat dat leuker is dan trainen, maar omdat herkenning later tijd, stress en slechte beslissingen kan schelen.
Bronnen en invloeden
Dit is mijn persoonlijke voorbereiding, geen blauwdruk voor iedereen. Ik combineer officiële race-informatie, eigen ervaring, trainingsideeën van specialisten, data, video’s en lessen van lopers die Nice al hebben gelopen.
De officiële UTMB-pagina’s en GPX-bestanden zijn de basis voor parcours, afstand, hoogtemeters, materiaal, posten en tijdslimieten.
Officiële Nice 100M-paginaIk gebruik mijn segmentplan, racevideo’s, online GPX-bestanden, finisherreports en insiderinformatie via TrailTalk en Strava om de race minder abstract te maken.
Bekijk mijn Nice 100M routegidsIk probeer ideeën van Scott Johnston en Jason Koop praktisch te vertalen naar mijn situatie: veel herhaling, specifieke belasting en training die past bij wat de race echt vraagt.
Jason Koop — Training Essentials for UltrarunningDe meeste heuveltrainingen doe ik op de 20 meter hoge Anna’s Berg in Hilversum. Daarnaast gebruik ik de Technogym Climb Excite en Technogym Skillrun bij SportCity Hilversum voor klimmen, powerhiken en spieruithoudingsvermogen.
Bekijk de zes raceproblemen die ik trainAsker Jeukendrup beïnvloedt mijn denken over periodized nutrition en het trainen van de maag: voeding is iets dat je oefent, niet iets dat je op racedag improviseert.
Asker Jeukendrup — Training the Gut for AthletesIn 2025 deed ik voor de Monte Rosa Trail een sportmedische keuring bij OREC. Dat leverde het benodigde medische certificaat op en gaf thuis extra vertrouwen dat mijn gezondheid in de labtest goed was. In 2026 gebruik ik OREC ook preventief voor mijn bewegingsketen, eenbenige controle en voorbereiding op lange afdalingen.
OREC sportmedische keuringLaatst inhoudelijk bijgewerkt: 13 juli 2026 — toegevoegd: plan versus werkelijkheid van het Anna’s Berg-blok, gewichtsmanagement zonder dagkoersen, actuele OREC-context en aangescherpte trainingsuitleg.
Verplichte uitrusting voor de Nice 100M
Naast mijn gewone loopkleding vraagt de organisatie om een flinke lijst verplichte spullen. Ik houd per item bij wat verplicht is, wat ik zelf kies en wat in mijn racevest of dropbags terechtkomt: van lampen, extra kleding en een waterdicht jack tot voedselreserve, powerbanks, kom en beker.
Waarom ik dit deel
Mijn schoonouders leven met dementie. Daarom loop ik de Nice 100M voor Alzheimer Nederland. Dat maakt de voorbereiding persoonlijker dan alleen trainen voor een sportdoel.
Als ik vroeg opsta voor een ninja-sessie, rondjes maak op Anna’s Berg of op een rustdag bewust niets extra’s doe, dan hoort dat allemaal bij dezelfde campagne. Niet omdat training belangrijker is dan Alzheimer, maar omdat die 100 mijl een manier is om aandacht en geld op te halen voor iets dat ons gezin direct raakt.
Iedere gevulde mijl staat voor een stukje van de route, maar ook voor maanden voorbereiding: plannen, trainen, oefenen, herstellen en blijven uitleggen waarom dit belangrijk is.
Veelgestelde vragen
Door de race niet als één ding te zien. Klimmen, dalen, wandelen, eten, nacht, hitte en materiaal vragen elk iets anders. Ik train die onderdelen met Nederlandse middelen: heuvelrondes, Anna’s Berg in Hilversum, Technogym Skillrun, Technogym Climb Excite, krachttraining, lange duurlopen en veel herhaling.
Omdat herhaling nuttig is. Anna’s Berg is kort, maar ik kan er gecontroleerd klimmen, dalen, eten, techniek oefenen en vermoeidheid opbouwen zonder ver van huis te zijn. Het is geen Alpenvervanger, maar wel een praktische testhelling.
Vooral de Technogym Skillrun als treadmill voor hellingwerk en de Technogym Climb Excite als stairmaster. Dat is geen kopie van de Alpen, maar het helpt om gericht te werken aan klimmen, hiken en spieruithoudingsvermogen.
Dat zijn trainingen die ik vroeg of efficiënt plan zodat mijn gezin er zo min mogelijk last van heeft. De voorbereiding moet niet alleen sportief kloppen, maar ook thuis vol te houden zijn.
Dat voeding meebeweegt met het doel van de training. Een rustdag vraagt iets anders dan een lange heuvelsessie. Tijdens specifieke sessies oefen ik bewust met koolhydraten, drinken, zout en timing, zodat mijn maag op racedag niet wordt verrast.
Het schema bepaalt vooraf het doel en de grenzen van een sessie. De werkelijkheid bepaalt de uitvoering. Als terrein, herstel, gezin of pijnsignalen veranderen, pas ik de training aan. Meer doen is alleen winst als de sessie specifiek blijft en het herstel daarna klopt.
Omdat totale massa bij lange afdalingen telkens moet worden afgeremd. Ik probeer onnodige massa geleidelijk te verminderen, maar niet ten koste van kracht, herstel of koolhydraatvoorraad. Dagelijkse slimme-weegschaalcijfers zijn daarvoor minder belangrijk dan de trend over meerdere weken.
Nee. Hoe ik me voorbereid hoeft geen leidraad te zijn voor anderen. Het is geen medisch, voedingskundig of algemeen trainingsadvies, maar hopelijk inspireert het wel.